inloggen

Onze samenleving

Het is buiten bitterkoud en guur,
`t is een strenge winter van lange duur.
De mensen buiten, lopen met koude handen,
wetend dat thuis de kachel wel zal branden.

Ja de schoorstenen roken overal,
behalve bij den ouwe Pleun van der Stal
en zonder het bij iemand aan te kaarten,
gaf hij ongemerkt de pijp aan Maarten.

Toch zit hij daar steeds voor het raam,
onopgemerkt door de mensen om hem heen
en niemand noemt zijn naam
hij zit daar heel alleen
in zijn stoel voor het raam.

Steeds zit hij daar net achter een geranium,
met op de tafel een klein aquarium.
Maar de visjes er in, zij zwemmen niet
en er is geen mens die `t ziet.

In het aquarium van glas en lood
zal men het gespartel niet meer horen
Pleun z`n visjes die zijn dood
want het water is bevroren

En als er is iemand binnen keek door `t raam
hem viel dan echt niets op,
want Pleun die zat al jaren voor dat raam.
In een oud overhemd en zonder strop.

Maar nu kon men niet meer naar binnen kijken,
en enig medeleven laten blijken.
Het waren de bloemen op de ramen,
die voor een ieder het zicht ontnamen.

De bloemen waren dik en groot
maar niet van de geranium, want die was ook al dood
De bloemen werden zo dik en groot
door de extreme daling van de temperatuur
`t stoken, dat was voor den ouwe Pleun te duur.

Nadat den ouwe Pleun eindelijk werd gevonden,
stond in de plaatselijke krant heel onomwonden.
"Oude man zat zes weken dood in zijn stoel voor `t raam."
Zonder vermelding van zijn naam.

`T Was zo maar een heel klein stukje in de krant
op pagina zes belandt.
Als afspiegeling van normen en waarden.
ons meegegeven voor `t welzijn op dees aarde
DdJ.

Vergelijkbare gedichten