inloggen

Nachtelijk uur

Met koppijn een gedicht schrijven, het is
al jaren een wens van mij, te leven op de rand
van de afgrond, die angst te overwinnen heeft iets
magisch en doet vermoeden dat wonderen bestaan.
In het donker zitten, je afvragen wat het doel is of
de toekomst bestaat in het heden en
waarvoor dan wel, waarom dat dralen dat eeuwen
duurt en maar niet wil veranderen? Hier en nu
moet het gebeuren en gebeurt het ook zonder moeite
lijkt het wel als je vergeet dat het tijd kost, zoveel tijd
dat had moeten worden besteed aan leven.
Wat betekenen die kerkklokken in de verte, het is midden
in de nacht, de buren slapen en je zou willen
dat je met ze kon ruilen, voor even maar, voor heel even
om te proeven, om te horen, om te ruiken wat het is,
te voelen wat er precies mist. Maar nee, die leugen
is te makkelijk en bovendien niet waar, het verslikken
gaat te snel. Kiezen op elkaar, het verlangen naar
een gedicht is groter dan je voor mogelijk houdt.

En dan toch, als het aanhoudt, mocht het langer duren
dan een paar minuten, de vreugde, dit fragment
dat stolt in deze nacht hoe uniek is dat, hoe werkelijk
het hervinden van een oude vriendschap, een liefde
die maar niet over gaat ondanks jaren van zoeken naar
de herkomst, de oorsprong van alles wat er was.
Het is er, om te blijven, om te rijpen, om te zijn
wat het moet zijn: de gevulde hand van de zoeker. Ik
ben op de hoogte van mijn streven naar bezieling
van woorden, laat het niet ophouden, laat vooral
doorgaan wat begonnen is. Het is weer tijd om te waken.

En als het dan half één geweest is, de stilte oorverdovend
oprecht en naïef als het kind dat je ooit was, de zorgen
die er altijd waren verdwenen, als het dan over de helft is
deze nacht, deze eindeloze sprong voorwaarts, waarheen
zal het je leiden? De minuten tikken geruisloos door, dat
je dat nooit eerder hebt geweten verbaast en verwondert.
Je wilt het uitroepen maar je doet het niet, uit respect
voor het lange wachten. Het kind heeft leren lopen, leren
fietsen. Wat wil je nog meer. Is er nog meer? De volwassene
en de oude, allebei terug te vinden in de marge
van een verhaal dat er maar mondjesmaat toe doet. Dit
is wat er staat, dit is wat smaakt naar meer, dit wil verder.

Opnieuw is hier een verlangen naar woorden, mijn stem
verheft zich,richt op, begint een slangendans
met lucht.

©Wies Blaize

Vergelijkbare gedichten