inloggen

Het eendennest

Langs een mooie brede stroom,
Gebogen over het water,
Stond een holle wilgenboom
te luisteren naar het geklater.
Er zat een nestje in zijn stam
Met kleine eendenjongen.
In ’t water zat de eendenmam
Te wachten tot ze sprongen.

Toen het eerste eendje goed en wel
Plonsde in het water,
Volgde het tweede eendje snel,
Het derde kwam iets later.
Het vierde treuzelde nogal,
Het vijfde was heel vlug.
Het zesde eendje schrok voor zijn val
Een heel klein beetje terug.
Het zevende viel fladderend
En spattend naar beneden
Voor alle eendjes badderend
Door het water gleden.