inloggen

De vissersvrouw

Daar op de top van een duin
staat zij in haar zwarte dracht
het witte kapje zo strak om haar kruin
dat het haar hindert als zij lacht.

Doch het lachen is haar reeds lang vergaan
reeds weken ziet men haar daar staan
met haar handen heel devoot
gevouwen in haar schoot.

Een schoot gevuld met leven
van het ongeboren kind
maar dat is haar nu om het even
zij wacht op hem, die zij bemint.

Zij staat daar maar te turen
en bid dan alle uren
haar beden geeft zij mee
aan de golven van de zee.

Hoe lang kan zij nog blijven hopen
de andere loggers zijn allemaal binnengelopen
de zee geeft haar het antwoord niet
er komt geen eind aan haar verdriet.

De meeuwen zweven op de wind
de golven slaan stuk op het strand
zij wacht op hem die zij bemint
terwijl zij het leven voelt onder haar hand.

Zo staat zij daar hoog op een duin
haar kapje strak om haar kruin
haar blik strak op de zee gericht
met een betraand gezicht.

De meeuwen vliegen krijsend rond
zij staat daar vastgenageld aan de grond
dan voelt zij onder haar handen
het nieuwe leven branden.

Zij raapt zich dan bijeen
en gaat naar huis zo heel alleen
het is nu eenmaal zo bepaald
de vis die wordt heel duur betaald.