inloggen

De stotterende slang

Simon is een brilslang en niet zonder charme,
sinds hij verveld is voelt hij zich och arme
wat alleen en wil op vrijersvoeten gaan,
maar ja, hoe pak je dat het beste aan.
Een datingsite lijkt hem het beste plan,
hij krijgt een mail van een Simone en van
het een komt zo het ander:
‘Als u het ook ziet zitten kunnen we elkander
eens ontmoeten,’ schrijft hij,
maar het heeft nog heel wat voeten
in de aarde voor het zover is.

In de lang verwachte nacht hoort hij gesis
vlakbij en wat onzeker glijdt hij op haar af
en spreekt zichzelf toe: vooruit, nu niet laf
zijn, Simon, wees een vent,
ze zal je moeten nemen hoe je bent.
Al stotter je zo af en toe wel wat
je bent gedistingeerd en ook gevat,
belezen en beslist niet dom
en fraai geschubd, kortom
als zij niks in je ziet,
ligt dat aan haar en niet
aan jou.

Hij richt zich tot de vrouw:
‘U bent zeker s-s-s…,’
‘superslank, ik weet het, dank
u wel,’ vult ze hem aan.
‘Ik ben sinds u me schreef flink op dieet gegaan.’
‘Ik wilde zeggen: s-s-s…’
‘sexy, ja, dat zeggen er wel meer.
Vertelt u eens iets over uzelf meneer.’
‘Ik ben s-s-s…,’ maar meteen als hij begint
is zij hem voor: ‘o, u bent stekeblind.’
Simon zucht: dit wordt niks, denkt hij
hoe sexy ook, dit is geen vrouw voor mij.
‘Ik ben s-Simon,’ krijgt hij tenslotte uitgebracht
‘en ik blijf liever s-s-s-single, goedenacht.’

Vergelijkbare gedichten