inloggen

Jan Klaassen

Jan Klaassen was trompetter
Hij maakte de prinses helemaal knetter
Hij wilde haar versieren
Maar dat kon niet met deze manieren

Hij speelde veel te luid
Op die schorre fluit
De prinses helemaal doof aan één kant
Verloor langzamerhand haar verstand

Jan die bleef maar fluiten
Boven, beneden, binnen en buiten
Overal hoorde je het geschetter
Van Jan Klaassen de trompetter

Maar op een dag werd het helemaal stil
De trompet lag op de vloer van de duiventil
Jan was nergens te bespeuren
Niet achter de ramen, niet achter de deuren

De prinses zocht dagenlang
Op zolder, in de keuken en in de gang
Ze begon hem waarempel hard te missen
Want het werd zo stil in kastele Ter Slissen

Ze vroeg de butler: waar is Jan toch heen?
Ze vroeg het de kokkin, en ook aan tante Leen
Niemand kon haar antwoord geven
En de prinses stopte met leven

Ze treurde veertien maanden en een dag
Op haar snoetje verscheen geen enkele lach
Tot op een dag, niemand dacht nog dat het kon
Stapte Jan het paleisje binnen met een super-bombardon!!!

Jaren later...dit had je wel kunnen denken
Heeft de dove prinses, Jan, drie zonen mogen schenken
Want ook al is hij een rare, voor haar is hij de ware
En nu lopen ze elke zondag, met z'n allen in de fanfare!

Toetertoetertoeterniettoe.....toeteretwattoewattoeteretoe?

Vergelijkbare gedichten