inloggen

Treurwilg

Treurwilg treurt, treurt al lang
Laat zijn takken zielloos hangen
Om mensen die al krakend, zwierend
Over het ijs naar ’t voorjaar verlangen

Stille getuige is treurwilg treurend
Over menselijk wank’le gang
Voortzwoegend en niet opbeurend
Verzet biedend, winter lang

Bomen kraken, schotsen raken
Beuken tegen de treurwilg aan
Die weerstand biedt als mensen zich vermaken
En treurt, kreunt, buigt, blijft wankel staan

De treurwilg mag gebogen zijn
Gebroken is zij niet
Zij is met velen, niet alleen
Tussen het geknakte riet

De schepping treurt om dat wat was
Eens, straks weer komt
Groener dan het groenste gras
Zal’t zijn als ’t gehuil verstomd

Dan zal geen treurwilg buigen gaan
Maar staan met rechte rug
Wanneer de wereld nieuw zal zijn
Tussen aard en hemel een brug

Hemel en aard verenigd zijn
Te saam in die ene Naam
Dan zal de treurwilg klappend gaan
Met mensen die hun traan
Mogen huilen aan Jezus’ voet
Die hen bewaart, voorgoed

Achtergrond informatie

Dit gedicht gaat over de natuur, in dit geval de treurwilg, die zich buigt onder het lief en leed van de schepping. Ook de natuur wacht op de Verlosser. Ook de natuur viert dan mee met het feest van het (eeuwig) leven. De aarde juicht.

Vergelijkbare gedichten