inloggen

Zwarte kraai

Ik drink, ik ben niet de enige, maar het verschil is
dat ik priester ben, ik leef en werk in een klooster met spreekverbod
en ben daar nooit laveloos als schipper naast God.

Mijn drankzucht woekert voort te midden van soberheid en deugdzaamheid,
de drank vermomd als duivel die niet rechtstreeks tot verderf leidt,
maar tot zinnelijke ondeugden en onkuisheid verleidt.

Tussen droom en werkelijkheid rond Bacchus heb ik het glas geheven,
God, die mij met glas gevuld met spiritualiën en mijn geestelijke leven
langs schijnheilige paden heeft gedreven.

Ik proef de dag door, sta nuchter op, dank de Heer voor een nieuwe dag,
tot aan de koffie om half elf is er geen alcohol,
want van miswijn proef ik niet de lol.

Ik ga op huisbezoek, voor een pastoraal gesprek,
vooral ouderen kunnen dit waarderen
met een drankje dat de priester weet te appreciëren.

Met stuurmanskunst leid ik welwillende schapen. “Een biertje
graag, ik heb net koffie gehad en vocht is goed voor de nieren”.
Daarna stijgt het alcoholpercentage van wat ik wil: jenever en cognac.

Ik loop lichtvoetig kaarsrecht naar het klooster voor het middagmaal
en we allen danken de heer met Psalm 23,
en na een middagdutje ga ik weer op stap, een beetje gulzig.

Ideaal om aan drank te komen zijn de recepties en huwelijken,
eerst goed belangstelling tonen en van zegenrijke wensen laten blijken.
Later hoor je :“Een vriendelijk man, nog een echte priester”.

Met vriendelijkheid kan ik me goed omhullen,
glimlachen en niet veel praten, luisteren met een drankje in de hand,
zo neigt de avond vredig neer, zonder dissonant.

Tenslotte een afzakkertje in de recreatieruimte,
de feestvierende kerk, ik ga ook stiekem naar de kelder
neem een paar forse slokken van de fles en voel me glashelder.

Mijn drankzucht is vernederend,
steeds weer een kruisweg,
maar de slaap neemt alle schuldgevoelens weg.

Vergelijkbare gedichten