inloggen

Pendelen met de trein

Van het bed naar het perron snel ik
en haal ternauwernood de trein.
Deuren sluiten piepend met een zucht
mij opslorpend als in een vlucht.

Nog net zie ik een glimp van het station
en huizen en beton schieten mij voorbij.
Al knikkebollend doe ik mijn hazenslaap
terwijl mijn buurman zich vergaapt.

Ik luister naar het razen en gedonder
van het ijzer speels op de lange rails.
Soms doe ik net als het grote publiek
en verdiep mij in het dagelijks nieuws.

Met een schok ben ik weer in het heden
wanneer de locomotief vermindert zijn vaart.
In Brussel verdwijn ik tussen de pendelaars
nauwelijks bewust van de weg die ik ga.

Achtergrond informatie

Ik pendel dagelijks met de trein naar Brussel. Dit gedicht schreef ik 's avonds op weg naar huis toe.

Vergelijkbare gedichten